Karin Scharringhausen
Universiteit van Amsterdam, Archaeology, Graduate Student
- Archaeology, Roman Settlement, Prehistoric Archaeology, Landscape Archaeology, Material Culture Studies, Archaeological Method & Theory, and 41 moreNear Eastern Archaeology, Archaeological GIS, Funerary Archaeology, Experimental Archaeology, Forensic Anthropology, Bioarchaeology, Zooarchaeology, Geoarchaeology, Archaeological Science, Actor Network Theory, Archaeometry, Paleopathology, Archaeometallurgy, Theoretical Archaeology, Prehistoric Technology, Applied Archaeology, Greek, Etruscan and Roman Art and Archaeology, Household Archaeology, Model Theory, Social Network Analysis (SNA), Microarchaeology, Anthropology, Social Evolution, Collective Behavior, Self-Organization, Cooperation, Complex Systems, Roman Archaeology, Ancient Metallurgy, Dutch archaeology, Computer Applications & Quantitative Methods in Archaeology (CAA), Statistics in archaeology, Quantitative methods (Archaeology), Statistical Methods in Archaeology, Ceramic quantification, Settlement Patterns, Ceramic Analysis (Archaeology), Pottery technology and function, Ceramic Petrography, portable XRF (PXRF) in Archaeology and Museum Science, and Ceramic Technologyedit
- Karin Scharringhausenedit
The aim of this paper is to give an account of the debate concerning the use-life of byre-houses in Dutch archaeology. This paper focuses on the insights and ideas concerning the concept of use-life gathered from almost a century of... more
The aim of this paper is to give an account of the debate concerning the use-life of byre-houses in Dutch archaeology. This paper focuses on the insights and ideas concerning the concept of use-life gathered from almost a century of excavating byre-houses, which were built on sandy and moist soils.
In sum, the assumed limited use-life of byre-houses with an earthfast (or post-in-ground) construction has been examined; byre-houses were built during the Middle Bronze Age (after 1500 BC) until the High Middle Ages (ca. 1300 AD). At the end of the Middle Ages the ‘post on a padstone’ construction became the norm, resulting in a break with tradition and a substantially prolonged use-life.
First, this paper briefly discusses the definition of the concept use-life and its relation with the concept lifespan. Second, these two concepts are further explored. A compact analysis is made of the various aspects of the concept lifespan, which is more technical in nature. Then, this paper reviews the archaeological framework of social theories that shaped the contemporary assumptions about the use-life of byre-houses. In conclusion, the estimates of the average use-life for each archaeological period are confronted with those of the lifespan. Furthermore, an overview of the consequences of the use of these estimates in Dutch settlement archaeology is given and recommendations are made for further research.
In sum, the assumed limited use-life of byre-houses with an earthfast (or post-in-ground) construction has been examined; byre-houses were built during the Middle Bronze Age (after 1500 BC) until the High Middle Ages (ca. 1300 AD). At the end of the Middle Ages the ‘post on a padstone’ construction became the norm, resulting in a break with tradition and a substantially prolonged use-life.
First, this paper briefly discusses the definition of the concept use-life and its relation with the concept lifespan. Second, these two concepts are further explored. A compact analysis is made of the various aspects of the concept lifespan, which is more technical in nature. Then, this paper reviews the archaeological framework of social theories that shaped the contemporary assumptions about the use-life of byre-houses. In conclusion, the estimates of the average use-life for each archaeological period are confronted with those of the lifespan. Furthermore, an overview of the consequences of the use of these estimates in Dutch settlement archaeology is given and recommendations are made for further research.
Research Interests:
In 2002 is SOJA voortgekomen uit de wens om jonge archeologen een podium te bieden voor hun onderzoek. Na tien jaar was de vraag of deze wens nog steeds actueel is een voor de hand liggend thema. Het programma van de tiende editie van... more
In 2002 is SOJA voortgekomen uit de wens om jonge archeologen een podium te bieden voor hun onderzoek. Na tien jaar was de vraag of deze wens nog steeds actueel is een voor de hand liggend thema. Het programma van de tiende editie van SOJA bood dan ook ruimte voor enige reflectie. Hiertoe werd Erik van Rossenberg, de bedenker van SOJA, gevraagd de key-note lecture te verzorgen. En in het verlengde daarvan werd de plenaire discussie gedomineerd door de vraag wat 10 jaar SOJA heeft bijgedragen aan de archeologie als wetenschap. Tijdens de opening van SOJA 2012 werd het thema 10 jaar SOJA ingevuld door twee bijdragen van het SOJA 2012 bestuur. Mark van Kesteren dook in het ontstaan en de geschiedenis van SOJA en presenteerde de ‘Verhalen’. Karin Scharringhausen bestudeerde de producten van 10 jaar SOJA, de programmaboekjes en de bundels en presenteerde de ‘Feiten’.
Research Interests:
""De gebruiksduur van woonstalhuizen" Een overzicht van aannames en argumenten voor bijna 3000 jaar bewonings-geschiedenis in de Lage Landen Karin Scharringhausen, BA, Vrije Universiteit Amsterdam Samenvatting Hoe lang bewoonde... more
""De gebruiksduur van woonstalhuizen"
Een overzicht van aannames en argumenten voor bijna 3000 jaar bewonings-geschiedenis in de Lage Landen
Karin Scharringhausen, BA, Vrije Universiteit Amsterdam
Samenvatting
Hoe lang bewoonde men een woonstalhuis? Een vraag die Nederlandse archeologen in het verleden zeker heeft bezig gehouden, maar waar eigenlijk nooit een bevredigend antwoord op is gegeven. Door middel van literatuuronderzoek ben ik nagegaan op welke uitdagingen men hierbij is gestuit en op welke gebruiksduur men is uitgekomen. In mijn onderzoek heb ik me gericht op woonstalhuisboerderijen met een constructie van ingegraven houten palen, die werden gebouwd van de Midden Bronstijd tot en met de Volle Middeleeuwen.
De gebruiksduur wordt beïnvloed door de levensduur van de houten constructie. Deze tweedeling in levensduur en gebruiksduur heeft mijn onderzoeksaanpak sterk bepaald. Ten eerste heb ik de meer technische aspecten van de levensduur onderzocht. De levensduur van een woonstalhuis werd in hoge mate bepaald door de kwaliteit van de gebruikte houtsoort en de diameter van de houten ingegraven palen. Daarnaast spelen levensduurbeperkende factoren als de vochtigheidsgraad van de bodem, externe invloeden als bacteriën en schimmels en levensduurverlengende maatregelen een rol. Ten tweede heb ik de sociale theorieën bestudeerd, die de aannames over de gebruiksduur hebben vormgegeven. De discussie over de gebruiksduur wordt gevoerd door de voor- en tegenstanders van archeologische bewoningsmodellen en de cultureel biografische benadering. Afhankelijk van de periode voeren argumenten als duurzaamheid van het contructiehout, plaatsvastheid, generatieduur en overerving een rol.
De gebruiksduur van een woonstalhuis beïnvloedt de inschatting van de nederzettingspopulatie, de bevolkingsdichtheid en op basis daarvan worden nederzettingen onderling vergeleken en het akkerareaal berekend. Het is dan ook van belang dat de gebruiksduur zorgvuldig wordt bepaald. Aanknopingspunten daarvoor vindt men in zowel de archeologische resten van functionele activiteiten, zoals nieuwbouw, reparatie of verbouwing, als door betekenis toekennende activiteiten, zoals bouwoffers, gebruik van constructiehout met een symbolische waarde en verlatingsrituelen. De belangrijke rol die het gegeven gebruiksduur speelt in de uitwerking van opgravingsgegevens en de vertekening die foutieve aannames hierover kunnen hebben op de resultaten van het nederzettingsonderzoek, nodigen uit tot een nadere periodegebonden specificatie van het begrippenpaar levens- en gebruiksduur en vereisen verder onderzoek.""""
Een overzicht van aannames en argumenten voor bijna 3000 jaar bewonings-geschiedenis in de Lage Landen
Karin Scharringhausen, BA, Vrije Universiteit Amsterdam
Samenvatting
Hoe lang bewoonde men een woonstalhuis? Een vraag die Nederlandse archeologen in het verleden zeker heeft bezig gehouden, maar waar eigenlijk nooit een bevredigend antwoord op is gegeven. Door middel van literatuuronderzoek ben ik nagegaan op welke uitdagingen men hierbij is gestuit en op welke gebruiksduur men is uitgekomen. In mijn onderzoek heb ik me gericht op woonstalhuisboerderijen met een constructie van ingegraven houten palen, die werden gebouwd van de Midden Bronstijd tot en met de Volle Middeleeuwen.
De gebruiksduur wordt beïnvloed door de levensduur van de houten constructie. Deze tweedeling in levensduur en gebruiksduur heeft mijn onderzoeksaanpak sterk bepaald. Ten eerste heb ik de meer technische aspecten van de levensduur onderzocht. De levensduur van een woonstalhuis werd in hoge mate bepaald door de kwaliteit van de gebruikte houtsoort en de diameter van de houten ingegraven palen. Daarnaast spelen levensduurbeperkende factoren als de vochtigheidsgraad van de bodem, externe invloeden als bacteriën en schimmels en levensduurverlengende maatregelen een rol. Ten tweede heb ik de sociale theorieën bestudeerd, die de aannames over de gebruiksduur hebben vormgegeven. De discussie over de gebruiksduur wordt gevoerd door de voor- en tegenstanders van archeologische bewoningsmodellen en de cultureel biografische benadering. Afhankelijk van de periode voeren argumenten als duurzaamheid van het contructiehout, plaatsvastheid, generatieduur en overerving een rol.
De gebruiksduur van een woonstalhuis beïnvloedt de inschatting van de nederzettingspopulatie, de bevolkingsdichtheid en op basis daarvan worden nederzettingen onderling vergeleken en het akkerareaal berekend. Het is dan ook van belang dat de gebruiksduur zorgvuldig wordt bepaald. Aanknopingspunten daarvoor vindt men in zowel de archeologische resten van functionele activiteiten, zoals nieuwbouw, reparatie of verbouwing, als door betekenis toekennende activiteiten, zoals bouwoffers, gebruik van constructiehout met een symbolische waarde en verlatingsrituelen. De belangrijke rol die het gegeven gebruiksduur speelt in de uitwerking van opgravingsgegevens en de vertekening die foutieve aannames hierover kunnen hebben op de resultaten van het nederzettingsonderzoek, nodigen uit tot een nadere periodegebonden specificatie van het begrippenpaar levens- en gebruiksduur en vereisen verder onderzoek.""""
Research Interests:
SOJA E-Bundel 2012 In 2002 werd het SOJA voor het eerst georganiseerd. Inmiddels biedt SOJA al 10 jaar een laagdrempelig podium aan "jonge archeologen" om hun onderzoek te presenteren. In de meeste gevallen gaat het om... more
SOJA E-Bundel 2012
In 2002 werd het SOJA voor het eerst georganiseerd. Inmiddels biedt SOJA al 10 jaar een laagdrempelig podium aan "jonge archeologen" om hun onderzoek te presenteren. In de meeste gevallen gaat het om afstudeeronderzoeken van masterstudenten of onderzoek van jonge onderzoekers. Dit is een categorie van onderzoek, die omvangrijk en interessant is, maar lang niet altijd de aandacht krijgt die het verdient. Op het SOJA krijgen studenten en jonge onderzoekers niet alleen de gelegenheid hun onderzoek te presenteren, maar ook om het te publiceren. Na het jaarlijkse symposium worden door diverse sprekers bijdragen geschreven over hun onderzoek, die worden opgenomen in de SOJA bundel. Deze bundel wordt op het eerstvolgende SOJA door de redactie aangeboden aan het SOJA bestuur.
Voor u ligt de negende SOJA bundel. De SOJA bundel 2012 is de tweede E-bundel in navolging van de SOJA E-bundel 2011. Er is dit jaar weer gekozen voor een E-bundel omdat de ervaring leert dat elektronische artikelen makkelijker worden gevonden en het vrij downloaden van PDF’s ervoor zorgt dat onderzoek een breed publiek bereikt. Deze laagdrempelige wijze van distributie waarbij een zo groot mogelijke doelgroep wordt bereikt, sluit volledig aan bij de gedachte achter SOJA: jonge onderzoekers de gelegenheid bieden hun onderzoek te presenteren
In 2002 werd het SOJA voor het eerst georganiseerd. Inmiddels biedt SOJA al 10 jaar een laagdrempelig podium aan "jonge archeologen" om hun onderzoek te presenteren. In de meeste gevallen gaat het om afstudeeronderzoeken van masterstudenten of onderzoek van jonge onderzoekers. Dit is een categorie van onderzoek, die omvangrijk en interessant is, maar lang niet altijd de aandacht krijgt die het verdient. Op het SOJA krijgen studenten en jonge onderzoekers niet alleen de gelegenheid hun onderzoek te presenteren, maar ook om het te publiceren. Na het jaarlijkse symposium worden door diverse sprekers bijdragen geschreven over hun onderzoek, die worden opgenomen in de SOJA bundel. Deze bundel wordt op het eerstvolgende SOJA door de redactie aangeboden aan het SOJA bestuur.
Voor u ligt de negende SOJA bundel. De SOJA bundel 2012 is de tweede E-bundel in navolging van de SOJA E-bundel 2011. Er is dit jaar weer gekozen voor een E-bundel omdat de ervaring leert dat elektronische artikelen makkelijker worden gevonden en het vrij downloaden van PDF’s ervoor zorgt dat onderzoek een breed publiek bereikt. Deze laagdrempelige wijze van distributie waarbij een zo groot mogelijke doelgroep wordt bereikt, sluit volledig aan bij de gedachte achter SOJA: jonge onderzoekers de gelegenheid bieden hun onderzoek te presenteren
Research Interests:
Progamme for the Symposium Research Young Dutch Archeologists 2012, edited by Lisanne Geerts.
